Ik ben onderweg

Al een dik halfjaar ben ik ondertussen 18 jaar. Zalig. Die leeftijd van volwassen zijn. In mijn studie rechten leer ik dit jaar over de leeftijd 18 jaar en wat ik nu allemaal wel mag. Ik ben handelingsbekwaam en verantwoordelijk voor mijn eigen daden. Ik ben in staat om zelf handelingen te sluiten met andere meerderjarige mensen, ik ben immers al een tijd meerderjarig. Ik heb mijn rijbewijs gehaald en rij voortdurend rond, ik begeef me dus in het leven van de echte volwassenen. Ik ga naar de winkel, denk na over hoe ik geld kan verdienen en sparen. Ik zoek studentenwerk en denk na over hoe ik het best een sollicitatiebrief neerschrijf. Ik geef bijles aan leerlingen in het middelbaar en bij elke bijles voel ik een soort van sentiment: waar is de tijd dat ik dit moest leren? Ik probeer hen te begeleiden in hun zoektocht naar de hoe en wat van studeren. Ik probeer hen te kalmeren en luister met plezier naar verhalen over hun eerste prille gevoelens voor een meisje of over hun plannen om hun beste vriendin te helpen met het uitzoeken of die knappe jongen ook op haar is.

Ik begin zelf meer en meer waarde te hechten aan relaties en probeer vrede te nemen met de ontdekking dat de meeste middelbare schoolvrienden van me nu amper nog weten of ik leef of niet. Maar ze blijven me wel volgen op sociale media, zoals ook ik hen nog steeds volg en waardoor we allen waarschijnlijk nog veel weten van elkaar. Het interesseert hen gewoon niet meer genoeg om er eens effectief achter te vragen. Zeg nu zelf: het lezen op sociale media of het horen via via is toch makkelijker dan de confrontatie aangaan en het horen van de persoon in kwestie? Doen we dat zelfs nog anno 2016, tonen dat we interesse hebben in mensen? Blijven we niet liever oppervlakkig, uit gemakzucht?
Thuis hoor ik steeds vaker: “Dat moet jij weten, je bent 18 jaar nu.” En het is zalig, die vrijheid, zelf kiezen wat ik doe, wanneer en naar waar ik ga. Op voorwaarde dat je hen laat weten waar je bent natuurlijk, zo bezorgd zijn die schattige oudertjes nog wel. Ik word steeds vaker betrokken bij discussies in de familie. Of hoe zou ik nu dat probleem met mijn jongere broer aanpakken? Allemaal zaken die me ongetwijfeld het idee geven dat ik nu, écht, in de ogen van anderen, de wereld van de meerderjarigheid en dus de echte wereld heb betreden.

Maar er zit ook, voor mij dan toch, een grote donkere keerzijde aan die medaille van achttien jaar zijn. Het is een enorme onbekende wereld waar ik in terechtgekomen ben. Verwonderd zijn door de toename van het egoïsme van de mens, dat naïeve idee van ‘ik kan de wereld veranderen’ meer en meer voelen verdwijnen, terloops eens in de spiegel kijken en me afvragen wie ik ben, nog steeds geen vrede kunnen nemen met mijn uiterlijk, worstelen met huiswerk en het plannen van alle andere verplichtingen, me afvragen waarom mensen nog altijd zoveel moeite hebben met het aanvaarden dat binnen de lijntjes kleuren saai is. En dat is dan enkel nog maar de emotionele rollercoaster die ik, en misschien ook wel anderen, meema(a)k(en).

Kijk eens naar die praktische onbekende dingen: belastingbrieven, stemmen op een politieke partij, leningen en spaarrekeningen opstarten en wat is het toch met al die rentetarieven en verschillende soorten portefeuilles, kiezen wat je wil studeren en wat je dus later wil gaan doen, een eigen mening ontwikkelen en ze ook laten horen, maar pas op: niet te veel afwijken van de algemeen aanvaarde mening, dat kunnen we niet aanvaarden, helaas.
Ik kan nog even doorgaan en zou kunnen beginnen uiteenzetten hoe hoger onderwijs en middelbaar niet echt op elkaar zijn afgestemd. Over hoe jongeren die geïnteresseerd zijn in opinies van erkende opinieschrijvers moeten betalen voor een jaarabonnement op de krant om er toegang tot te krijgen. Hoe we, ook al zijn we achttien jaar of ouder, nog steeds hervallen in die vooroordelen over mensen die anders zijn. Ik zou kunnen pleiten om jongeren meer wereldvorming bij te brengen, en hier zo snel mogelijk mee te beginnen. Ik zou kunnen roepen om hulp want waarom zijn er toch zoveel jonge volwassenen ongelukkig met hun leven? Waarom doen we er niets aan? Waarom sluiten we hiervoor onze ogen? Ik zou kunnen zagen, en ja echt zagen, over hoe de wereld en de maatschappij tekortschiet om ons te vormen en te begeleiden in die zoektocht. Maar pas op, begeleid ons ook weer niet te veel, dat is enkel maar nefast voor ons verdere leven.

Ik zou kunnen zagen en blijven zagen, over die donkere keerzijde van de medaille. En soms heb ik dagen dat ik enkel maar tegen mezelf zaag (en tegen mijn lief, sorry daarvoor). Dan zaag ik over de wereld en ben ik geneigd om die donkere bril op te zetten, die bril die me enkel het zwarte en het slechte in de wereld toont, en die me dus ongelukkig maakt. En bang. Bang dat ben ik ook, bang om het niet te kunnen. Ik zou kunnen zagen, dat is helemaal waar, maar misschien is het beter om gewoon te roepen, te schreeuwen van geluk. Ik ben tenslotte al 18 jaar, ik studeer de richting die ik graag doe, ik kan mensen helpen, miniem maar ik help al wel een beetje, ik schrijf, veel meer dan vroeger en dit had ik nooit gedurfd enkele jaren geleden. Ik kan rijden met de auto en ben dus constant onderweg, en misschien is dat the key to succes: ik ben onderweg en hoewel ik geregeld nog wel eens stilval of niet goed kan draaien in een bepaalde situatie, het zal me wel lukken. Ooit. Ik ben tenslotte nog maar 18 jaar. Ik ben onderweg.

Advertenties

Een gedachte over “Ik ben onderweg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s